Verse aardappel wordt vanaf juli anders gecontroleerd
De NVWA gaat strenger toezien op TPM-waarden in frituurvet. Wat betekent dat voor jouw zaak?
Vanaf 1 juli 2026 controleert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) scherper op de kwaliteit van frituurvet. De focus ligt op TPM: totaal polaire materialen, een maat voor hoe verbruikt vet is. De grens blijft 27 procent, maar de handhaving wordt intensiever. Wie daarboven zit, riskeert een waarschuwing of in het ergste geval tijdelijke sluiting.
Voor veel frituren die verse aardappel bakken is dit extra relevant. Verse piepers geven meer vocht af dan voorgebakken frites, waardoor vet sneller verslechtert. Dat betekent: vaker verversen of investeren in een betere oliefilter. Beide kosten geld, en die rekening is niet altijd makkelijk door te rekenen in de verkoopprijs.
De NVWA zegt dat de aangescherpte controles voortkomen uit Europese afspraken over voedselveiligheid. In de praktijk betekent het dat inspecteurs vaker een TPM-meter meenemen. Sommige gemeenten doen dat nu al, maar niet overal even consequent. Vanaf juli wordt dat landelijk standaard.
Vakblad Misset Horeca sprak met brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland. Die adviseert frituurhouders nu al te investeren in een eigen TPM-meter, die kost tussen de tweehonderd en vierhonderd euro. Daarmee kun je zelf meten en bijsturen voordat een inspecteur langskomt. Het alternatief is: vaker vet verversen op gevoel, maar dat is duurder en minder nauwkeurig.
De grote leveranciers: Aviko, Lamb Weston, Farm Frites, benadrukken dat voorgebakken frites minder belasting geven. Dat klopt, maar veel patatzaken kiezen bewust voor verse aardappel vanwege smaak en identiteit. Voor hen is de vraag: hoe blijf je binnen de norm zonder de kwaliteit te verliezen?
De tip van Frituurwereld: check of je gemeente al controleert, vraag je leverancier naar tips voor vetonderhoud, en overweeg een TPM-meter. Juli komt sneller dan je denkt.

