Ik zei boven het sissende vet uit
Een verhaal uit de wereld van de buurtfrituur. Het rook naar oud frituurvet en gebakken ui, en aan de ramen plakte het roetbruine residu van twintig winters waarin niemand de boel grondig had schoonge...
Een verhaal uit de wereld van de buurtfrituur.
Het rook naar oud frituurvet en gebakken ui, en aan de ramen plakte het roetbruine residu van twintig winters waarin niemand de boel grondig had schoongemaakt. Aan de overkant van de straat stond een bakfiets met platte band; achter de toonbank stond Marja, met haar haren strak in een knot en haar mouwen tot boven de ellebogen opgerold.
Ik werk hier al sinds 87, zei ze, terwijl ze met een metalen schep door een nieuwe lading patat ging. Toen ik begon was deze straat nog van ons. Nu zijn er drie shoarmazaken bijgekomen en de Albert Heijn heeft de hoek opgekocht.
Aan de wand hing een vergeelde poster van Marco van Basten, en daaronder een handgeschreven menu waarop frikandel speciaal met blauwe stift was doorgehaald en vervangen door frikandel xl.
Op de hoek van het pand stond een groepje jongens van een jaar of zestien dat patat at uit puntzakken. Ze hadden capuchons op tegen de motregen.
Dit, dacht ik, is wat we verliezen als we niet uitkijken. Niet alleen de frituren zelf, maar de manier waarop ze de straat structureren, de plek waar je na schooltijd langs gaat.
