De E19 snijdt dwars door het land, van Breda naar Antwerpen, maar ergens tussen de afritten en de wegrestaurants loopt een lijn die niet op borden staat aangegeven. Het is de lijn tussen mayonaise en frietsaus, tussen 'patat' en 'friet', tussen de Nederlandse snackbar en de Vlaamse frituur. We bezoeken zes zaken, drie aan elke kant van de grens, allemaal binnen twintig kilometer van het omslagpunt. Het blijkt een wereld van subtiele verschillen en verrassende overeenkomsten.

Bij Snackbar De Hoek in Etten-Leur, vijf kilometer van de Belgische grens, staat Henk Vermeulen (58) achter een toonbank die hij al dertig jaar kent. 'Patat met', zegt hij, 'dat is wat ze hier bestellen. Mayo, geen discussie.' Zijn klanten zijn forensen, scholieren, vrachtwageneurs van het nabijgelegen industrieterrein. 'Belgen? Die herken je meteen. Die vragen naar stoofvleessaus of willen andalouse. En ze kijken altijd een beetje teleurgesteld naar de friet.' Vermeulen bakt in palmolie, twee keer, maar zijn friet is dunner dan over de grens gebruikelijk. 'Onze klanten willen knapperig. Niet die dikke frieten waar je op moet kauwen.' Twintig kilometer noordelijker, bij Cafetaria Prinsenbeek aan de rand van Breda, bevestigt uitbaatster Sandra de Wit (43) het beeld. 'Wij doen gewoon Nederlandse friet. Lekker krokant, niet te dik. En altijd met pinda- of mayonaise.' Ze heeft Belgische klanten gehad die specifiek om dikkere friet vroegen. 'Toen heb ik gezegd: rij dan tien minuten door, dan zit je in België.' Ze lacht. 'Ik bedoel het niet onaardig, maar dit is geen Vlaamse frituur.'

Over de grens, in Meer, net voorbij de tolhuisjes, draait Frituur 't Centrum al sinds 1987. Uitbaatster Magda Coppens (61) snijdt haar aardappelen zelf, bakt in rundervet, en hanteert een ritueel dat ze niet ter discussie stelt. 'Eerst bakken op 140 graden, dan laten rusten, dan afbakken op 180. Dat is hoe het hoort.' Haar klanten komen uit het dorp, maar ook van verder: Nederlanders die bewust de grens over steken. 'Die willen échte Vlaamse friet', zegt ze. 'En die krijgen ze. Dik, zacht van binnen, krokant van buiten.' Wat ook opvalt: haar aanbod aan sauzen. Naast mayonaise staan er andalouse, samurai, tartaar, pikanta, en een variant met truffelmayo die ze vorig jaar heeft toegevoegd. 'Nederlanders houden het bij mayo', zegt Magda. 'Wij experimenteren meer.' Tien kilometer zuidelijker, in Brecht, doet Frituur De Kroon bijna uitsluitend afhaalzaken, en zelfs op dinsdagmiddag is er een gestage stroom. Uitbater Kevin Aerts (36) werkt samen met zijn moeder, die de zaak vijfendertig jaar geleden opende. 'Mensen uit Nederland zeggen vaak dat onze friet vetter is', zegt hij. 'Maar dat klopt niet. Het is het vet zelf dat anders is. Rundervet heeft gewoon een andere smaak. Voller, meer body.' Hij gelooft niet dat friet over de grens per definitie beter is, maar wel dat het een andere traditie vertegenwoordigt. 'Hier is het een ambacht. In Nederland is het fastfood.'

De derde Nederlandse zaak die we bezoeken, Snackpoint Zevenbergen, ligt vijftien kilometer ten westen van Breda. Eigenaar Joris van den Berg (49) runt de zaak sinds zes jaar, en heeft daarvoor jaren in een Belgische frituur gewerkt. 'Ik ken het verschil van binnenuit', zegt hij. 'In België staat de friet centraal. Bij ons is het een bijproduct van de frikandel.' Dat verschil zie je terug in zijn assortiment: het meeste van zijn omzet komt uit snacks, frikandellen, kroketten, kaassoufflés. Friet is begeleiding. 'En dat is prima', zegt hij. 'Mijn klanten komen voor een snelle hap, niet voor een culinaire ervaring.' Hij bakt in plantaardige olie, een keer, en bedient voornamelijk scholieren en arbeiders uit de buurt. 'Als ik Vlaamse friet zou serveren, zouden ze denken dat-ie niet gaar is.'

In Loenhout, het laatste Vlaamse dorp voor de grens, zit Frituur De Klok verscholen in een woonwijk. Patrick Smeets (52) opende zijn zaak twaalf jaar geleden, na een carrière als lasser. 'Ik wilde iets met mijn handen blijven doen', zegt hij. Zijn frituur trekt een gemengd publiek: dorpelingen, Nederlanders van over de grens, en mensen die op doorreis zijn. 'Het verschil tussen Nederlandse en Vlaamse friet? Dat zit hem in de aandacht', zegt hij. 'Hier heb je frituristen die er echt mee bezig zijn. In Nederland heb je snackbarhouders die friet erbij verkopen.' Hij zegt het zonder superioriteit, meer als constatering. 'Niet beter of slechter, gewoon anders.' Wat opvalt in alle zes de zaken: er is geen vijandigheid, geen competitie. De grens bestaat, en iedereen weet het, maar ze blijft gemoedelijk. Sandra de Wit uit Prinsenbeek vat het samen: 'Zij doen hun ding, wij doen het onze. En uiteindelijk gaat het om wat je klant lekker vindt.' Magda Coppens in Meer knikt instemmend als we haar die quote voorleggen. 'Precies', zegt ze. 'Al zou Nederlands friet hier nooit werken.'