Vanaf 1 juli 2026 voert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controles uit op de kwaliteit van frituurvet in horeca en fastfood. Bedrijven moeten dan kunnen aantonen dat het gehalte aan totaal polaire materialen (TPM) niet boven de 24 procent uitkomt. Wie die grens overschrijdt, riskeert een waarschuwing of boete.

TPM is een verzamelnaam voor afbraakproducten die ontstaan bij verhitting van vet. Naarmate olie langer wordt gebruikt, stijgt het TPM-gehalte. Boven de 24 procent neemt de kwaliteit dusdanig af dat het vet moet worden ververst. De maatregel sluit aan bij Europese richtlijnen die al jaren gelden, maar tot nu toe niet actief werden gehandhaafd in Nederland.

Frituuruitbaters kunnen de waarde meten met een TPM-teststaafje of een digitale meter. Die apparaten zijn verkrijgbaar vanaf ongeveer vijftig euro. Brancheorganisaties adviseren om wekelijks te meten, zodat ondernemers op tijd kunnen ingrijpen. Sommige frituren verversen hun vet preventief elke week, andere wachten tot de meting aangeeft dat de grens nadert.

De NVWA verwacht geen grote problemen bij bedrijven die regelmatig verversen. Wel waarschuwt de inspectiedienst dat tijdens zomermaanden, wanneer de vraag naar gefrituurde producten piekt, de TPM-waarde sneller kan stijgen. Bedrijven die nu nog geen meetapparatuur hebben, wordt aangeraden die voor juli aan te schaffen.